Liefdevolle ontvangst niet gegarandeerd
(Versie 230311)
De laatste pakweg 200 jaar groeien generaties mannen en vrouwen op met het instituut huwelijk. Dit huwelijk is de wettelijk geregelde, formele samenlevingsvorm voor het leven. Het vormt de fundering van de meeste gezinnen en is meer algemeen van belang als legaal en sociaal geaccepteerd fundament onder seksuele relaties en familieverbanden. De oorsprong van het huwelijk, zoals wij dat nu kennen, was zakelijk van aard. Het doel ervan was het beschermen van het familiekapitaal. Alleen die kinderen, die uit de echt voortkwamen, hadden recht op hun erfdeel. Onwettige kinderen niet. Omdat het huwelijk van oorsprong zakelijk van aard was, werd er eigenlijk alleen getrouwd in kringen, waar wat te vererven –geld, titel of positie – viel. Het moge duidelijk zijn dat veel van die huwelijken uit het verstand voortkwamen. Van lieverlee echter is het huwelijk – althans in de westerse wereld – in zekere zin geromantiseerd geraakt. Tegenwoordig gaan we ervan uit dat mensen uit liefde trouwen en ook vanuit diezelfde liefde kinderen krijgen.
Kerk
Dit geromantiseerde huwelijk heeft – zeker in het begin – sterke invloeden van de kerk ondergaan. Dit heeft te maken met het feit dat de kerk eeuwenlang sterk bepalend is geweest voor de manier waarop in het maatschappelijk verkeer mensen met elkaar omgaan. Opvallend hierbij is overigens wel dat huwelijken en daaruit geboren kinderen weliswaar geacht worden uit liefde voort te komen, maar dat de kerk tegelijkertijd een streng regime kan voeren als de juiste regels niet gevolgd worden. Soms zijn reacties zelfs liefdeloos te noemen, zowel ten aanzien van de ouders als de ‘onschuldig’ geboren kinderen. Hierdoor kunnen zij gemakkelijk ‘kind van de rekening’ worden.
Staat
Na de invloed van de kerk is de invloed van de overheid op het huwelijk en al wat daaraan annex is, groot geworden. Dit heeft weer te maken met het feit dat het huwelijk gemeengoed is geworden nu het romantisch in plaats van zakelijk is geworden. Huwelijkspartners hebben rechten jegens elkaar en jegens hun kinderen gekregen. Maar zij hebben ook meer ‘zakelijke’ rechten gekregen, zoals recht op een passende woning, kinderbijslag, recht op voldoende inkomen voor het gezin etc. Een en ander heeft tot gevolg dat het huidige – geromantiseerde – huwelijk toch weer beduidend aan zakelijkheid heeft gewonnen en onder druk staat van wat kerk, overheid en de sociale omgeving daarvan vinden. Daarmee is het huwelijk niet langer een zakelijk verbond tussen twee mensen en evenmin een romantisch verbond. Het vertegenwoordigt tegenwoordig een ideologische levensopvatting, waarover druk wordt gedelibereerd. Zie in dit licht bijvoorbeeld de discussies over huwelijken tussen mensen van hetzelfde geslacht en gelijke rechten als gehuwden voor mensen die een samenlevingscontract sluiten.
Desondanks
Romantisch maar toch strak gereglementeerd. Desondanks loopt het nog wel eens anders dan de regels voorschrijven. Zo worden tal van opsporingsprogramma’s en ook hulpverleners geconfronteerd met vragen van mensen die in het ongewisse verkeren over hun verwantschapsrelaties. Er zijn kinderen die later in hun leven ontdekken dat hun vader hun vader niet is of hun moeder niet hun moeder. Er zijn kinderen wier vader een celibatair priester blijkt te zijn. Er zijn kinderen die rond de Tweede Wereldoorlog geboren zijn, wier vader een Duitse militair was of een bevrijder. Er zijn kinderen die voortkomen uit verkrachting. Er zijn kinderen wier vader donor is of die geadopteerd zijn. Er zijn kinderen wier moeder feitelijk hun oma is. Er zijn vaders die feitelijk geen vader zijn en vaders die niet weten dat zij het wel zijn. Er zijn moeders die – al dan niet vrijwillig - hun kind hebben afgestaan en daarmee het moederschap over dat kind hebben opgegeven.
Gewenst – Ongewenst
Zo bezien zijn er uiteenlopende typen van verwantschapsvragen. Maar er is ook veel overeenkomst. Bij alle typen vragen van verwanten lijken ‘gewenst’ en ‘ongewenst’ sleutelbegrippen en de spanning tussen ‘gewenst’ en ‘ongewenst’ in hoge mate bepalend voor het leven van de verwanten. Zo zijn er ouders die de baby wensen, terwijl hun sociale omgeving of de maatschappij meer in het algemeen de baby ongewenst acht. Baby’s van Duitse militairen zijn daar een voorbeeld van. Er zijn echtparen van wie de ene partner een buitenechtelijk kind zeer wenst maar de huwelijkspartner niet. Hierbij gaat het dan om kinderen die buiten het huwelijk, de relatie geboren worden. Er zijn vrouwen die een kind willen maar hun man niet. In zulke gevallen wordt wel gezocht naar een man die lijkt op de echtgenoot zodat ‘veilig’ een zwangerschap tot stand kan worden gebracht. Er worden baby’s geboren, die het gevolg zijn van een verkrachting. Allemaal situaties, waarin ouders met dilemma’s geconfronteerd kunnen worden: hoe open kun je zijn, wat doet het met je huwelijk of relatie, wat doet het met de relatie met het kind, hoe gaat de omgeving reageren?
Taboe
Het blijft dus in de praktijk niet beperkt tot gewenst of ongewenst. Een ander sleutelwoord lijkt ‘taboe’ te zijn. Een kind ter wereld brengen buiten de gestelde kaders van een wettelijk geregelde of alom geaccepteerde relatie, kan meer of minder negatieve reacties oproepen in de sociale omgeving. De kerk, de familie, vrienden, het dorp, de samenleving vinden dat de baby er niet zou horen te zijn. Als dat zo is kunnen ouders en directe familie redenen hebben er niet al te openlijk over te praten. Het kan dan voorkomen dat zij in meer of mindere mate geheimzinnig doen. Zo kan het voorkomen dat een kind pas na het overlijden van de ouders geconfronteerd wordt met aanwijzingen of feiten. Het geheim is als het ware meegenomen in het graf. Soms ook worden er wel signalen afgegeven. Signalen die voor de zender ervan klip en klaar zijn, maar niet voor de ontvanger. Een voorbeeld daarvan is een gezin waar van alle kinderen een foto op de schoorsteen staat behalve van hem of haar. Of een vader die altijd “Trees met haar Canadees” zingt in het bijzijn van zijn dochter, die door een Canadese bevrijder is verwekt. Een voor dat kind volstrekt onbegrijpelijk liedje. Dit laat zien dat er naast behoefte aan geheimzinnigheid kennelijk ook behoefte aan een zekere openheid bestaat. Misschien niet alles willen vertellen, maar wel een tipje van de sluier oplichten. Er lijkt daarmee sprake te zijn van een tweede spanningsboog. En misschien ligt daarachter wel de boog tussen eerlijk willen zijn maar niet buitengesloten willen worden.
Het weten
Tegenover die geheimzinnigheid staat het voelen, het ‘weten’ van kinderen dat zij niet opgroeien bij hun ‘eigen’ ouders, broers en zussen. Een voelen dat veel verder gaat dan de gedachte die tijdens de pubertijd bij veel kinderen postvat. Namelijk dat ze eigenlijk leukere ouders zouden willen hebben en dat ze door domme pech verkeerd terecht zijn gekomen. Deze gedachten gaan vanzelf weer over, dat voelen, dat ‘weten’ niet. Toch is het niet zo dat kinderen, die zich thuis niet ‘thuis’ voelen, altijd op zoek gaan naar de waarheid. Ook hier lijkt er een spanningsboog te zijn tussen ‘je volledig thuis voelen’ en in ieder geval ‘ergens bij willen horen’. Een boog tussen de waarheid willen kennen maar door deze waarheid niet buitengesloten willen worden.
Dat ouders geen openheid betrachten, maar wel signalen afgeven en kinderen weliswaar de waarheid niet kennen maar wel ‘weten’ dat zij van (een) andere ouder(s) zijn, is treffend. Een antwoord op de vraag hoe dit zo kan zijn, hebben we (nog) niet. Evenmin hebben we een helder beeld van de achtergronden en gevolgen van verwantschapsvragen. Wat we inmiddels wel weten is dat deze vragen levens ingrijpend kunnen bepalen. Niet voor niets zijn er tal van opsporingsprogramma’s waar mensen ‘voor het oog van de wereld’ alsnog op zoek gaan naar ouders of kinderen. En hun verhalen zijn niet zelden schrijnend. Ze laten zien dat verwantschapsvragen bovenal om gevoel gaan. Gevoel van individuele mensen, van ouders en kinderen. Gevoel dat je kunt analyseren en verklaren, maar beter is gewoon naar dat gevoel te luisteren. Met je hart. Om te begrijpen.
De thuiskomst
Vanuit de literatuur - het boek De thuiskomst van de hand van Anna Enquist - kennen we een mooi voorbeeld van de geheimzinnigheid, meer precies de raadselachtigheid rond een of meer kinderen van de 18e eeuwse ontdekkingsreiziger James Cook en zijn vrouw Elizabeth. Hij maakt jarenlange reizen op zee en zij wacht met haar kinderen op zijn definitieve thuiskomst. Verspreid door het boek zijn ragfijne aanwijzingen verwerkt, die doen twijfelen aan het vaderschap van James. Zo wordt ergens opgemerkt dat twee kinderen blond zijn, in tegenstelling tot alle anderen in het gezin. Een zoon blijkt niet naar James te aarden en niet naar zee te willen. Zijn hart ligt bij het viool spelen. Dit laatste wordt gesteund door een huisvriend, genaamd Hugh. Deze Hugh, die met zijn echtgenote een kinderloos huwelijk voert, heeft wel een buitenechtelijk zoontje met dezelfde naam als een van de zoontjes van James en Elizabeth. Als haar laatste zoon geboren wordt – zij had een dochter verwacht – wil James dat het vernoemd wordt naar Hugh. Elizabeth blijkt niet blij te zijn met haar nieuwe baby. Dat zou in haar ogen verraad zijn aan haar overleden dochtertje. Maar niet blij zijn voelt voor haar als verraad aan de nieuwe baby. Over de vernoeming zegt ze: “Het verkeerde kind dat Hugh heet. James moest eens weten.” Zij vraagt zich af of James haar relatie met de huisvriend niet te intiem vindt en misschien denkt dat deze baby van de huisvriend is. Zij noemt haar zoontje trouwens consequent ‘het kind’. Ze kan niet aan hem wennen en hem ook niet voeden. Ze kan hem zelfs niet aanraken. Voor haar is dit zoontje ‘het verkeerde kind, dat ook nog eens vernoemd is naar de huisvriend’. De min die uiteindelijk gevonden wordt is ‘de verkeerde vrouw bij het verkeerde kind’. Tegen de ‘oude’ Hugh zegt ze dat zij haar zoon niet met zijn naam kan aanspreken. Zijn dood vormt voor haar een ondraaglijke opluchting.
Zoals gezegd, raadselachtig. Maar dat niet alleen. Waar eerdere kinderen Elizabeth en Hugh aan elkaar verbonden, lijkt de geboorte van Hugh jr hen uit elkaar te drijven. Waar haar overleden dochtertje “iedere dag nog met haar meeliep”, kan ze haar jongste zoon niet bij zijn naam noemen, niet aanraken, niet voeden en er niet aan wennen. Een moeder die de dood van haar jongste zoon een ondraaglijke opluchting vindt. Waar komt dat gevoel toch vandaan?
Er niet mogen zijn
In het boek van Enquist wordt de lezer niet duidelijk wat de gevoelens en de onmacht van moeder Elizabeth doen met zoon Hugh. Maar we hebben wel een getuigenis van een dochter van een verzwegen vader. Zij zegt het volgende: “Ik gaf mijn moeder een hand om zo hand in hand te huppelen. Maar zij zei dat ik haar los moest laten en niet zo moest huppen. Dat gaf mij een diep gevoel van afgewezen worden, niet welkom zijn, dat je er eigenlijk niet mag zijn. Er waren voor mij geen handen om mij liefdevol op te vangen en vast te houden. Ik was altijd al een buitenbeentje in de familie. Als kind leek ik al te voelen dat mijn broertje echt het kind van mijn ouders was. En dat zij daarom minder van mij hielden. Ik heb altijd een gevoel van gemis met me meegedragen. Mijn moeder zei tegen mij dat ik net als oma ben. Die had geen beste reputatie en ik dus ook niet. Toen opa en oma het huis uitgingen, braken er voor mij eenzame tijden aan. Oma gaf veel liefde en warmte. Als ik terugdenk aan mijn relatie met mijn ouders, dan word ik overvallen door een gevoel van eenzaamheid. Het gevoel van een gemis, dat ik altijd met me mee heb gedragen, wordt sterker. Ik heb het mijn oom eens op de man af gevraagd. Hij begon te huilen en vertelde me dat er een familiegeheim was. Hij mocht hierover niets zeggen. Dat moest mijn moeder doen. Ik had een geheime, verzwegen vader. Ongehuwd moederschap was een ongekende schande en een ernstig vergrijp jegens God. Oma was in die tijd in de ban van de zwartekousenkerk.”
Deze getuigenis laat trouwens zien dat de ouders van de moeder het ongehuwd moederschap weliswaar een schande vonden, maar het (klein) kind wel veel liefde en warmte gaven. Daar lijkt tegenover te staan dat de moeder in deze getuigenis kennelijk niet veel liefde en warmte ondervond van haar ouders. Hoe zou dat komen?
Een gemiste kans
In haar boek Een gemiste kans van Renée de Bode-Grollée vertelt zij hoe het is afstandsmoeder te zijn. Zij is zwanger geworden van een gehuwde man, die uiteindelijk toch niet met haar zal trouwen en ook het kind niet wil. Haar moeder staat erop dat zij haar zoon zal afstaan voor adoptie. Dat wil Renée niet, maar ze staat in dit opzicht geheel alleen. Het adoptieproces wordt in gang gezet door haar moeder en een stichting. Zij zelf mag nog wel afscheid nemen en geeft haar zoon ook een naam. Ze vraagt de adoptiefouders deze naam te handhaven, want het is het enige dat zij hem kan geven. De adoptiefouders zeggen toe maar handelen anders. Zij zegt daarover: “een kind opgegeven voor een man en nu allebei kwijt. Het enige dat ik mijn kind kan geven is een naam. Zelfs dat hebben ze van mij afgenomen. Ik voel mij een absolute verliezer.” Na 36 jaar blijkt dat haar zoon haar zoekt. Het bericht laat 36 jaar eenzaamheid bij haar bovenkomen. En angst. Ondanks het advies van haar man laat ze het tot een ontmoeting komen. Ze wil haar zoon niet twee maal afwijzen. Na de eerste ontmoeting blijkt dat haar zoon geen verder contact wil. Zij voelt zich daarop verbitterd, verdrietig, uitgespuugd, buitengezet en vies. Als uiteindelijk het dossier opengaat, blijkt dat zij als afstandsmoeder volstrekt onbelangrijk is. Alles wordt om haar heen bedisseld. Als de door haar afgestane zoon gaat trouwen, wordt zij niet uitgenodigd. En ze zal niet de oma worden van zijn kinderen. Maar waarom gebeurt dit zo? Waarom dwing je een moeder een kind af te staan? Waarom zoek je je moeder en houd je het na een ontmoeting voor gezien? Waarom nodig je haar niet uit voor je huwelijk als er toch wel weer contact is? Waarom mag ze niet de rol van oma vervullen?
Simon
In het boek Simon van Marianne Fredriksson vertelt zij het verhaal van Simon. Hij is de enige zoon en een weglopertje. Een jongetje dat zich altijd schuldig voelt als zijn moeder verdrietig is. Pas als hij volwassen is, begrijpt hij dat haar verdriet maar weinig met hem te maken heeft. Hij heeft altijd al geweten dat hij niet thuis hoort bij de ouders, bij wie hij woont. Als zij hem uiteindelijk vertellen dat hij geadopteerd is, wordt hij ernstig ziek. Dan vraagt zijn moeder hem zijn tante op te zoeken. Deze woont alleen en afgelegen. Rond dit bezoek wordt uiteindelijk duidelijk dat deze tante zijn biologische moeder is. Voor de Tweede Wereldoorlog is zij zwanger geraakt van een Joodse violist, die in de buurt vioolles gaf. Zij heeft hem ontmoet aan de waterkant en ineens heeft hij met vioolspel weer afscheid van haar genomen. De Duitse brief die zij van hem heeft ontvangen, kan ze niet lezen. Omdat ze dacht dat de Joodse violist eigenlijk een watergeest was, heeft zij haar zwangerschap ook nooit erkend. Uiteindelijk hebben haar zus en zwager haar kind geadopteerd. Als Simon dit verhaal van haar hoort, denkt hij: “Verloochend. Maar hij is niet verbaasd. Hij kan zich dat gevoel herinneren uit de dromen die hij zijn hele jeugd heeft gehad. Verloochend en in de steek gelaten tussen de betegelde muren van het ziekenhuis.” Hij heeft dan al een jeugd vol angst en eenzaamheid achter de rug. Hij gaat liegen om aandacht te krijgen en wordt zo eenzamer dan ooit. Hij sluit vriendschap met een jongen, die zijn eigen redenen tot verdriet heeft, maar kan het niet goed verdragen dat zijn vader zijn vriend beter aanvoelt dan hem.
Toch zijn in het boek de ouders van Simon goed voor hem geweest. Het was geen gebrek aan liefde en zorg, die de jongen angstig maakte. Het was iets anders. Iets ondefinieerbaars. Het gevoel niet thuis te zijn. Het gevoel op een plek te zijn waar je niet hoort. Het gevoel niet gewenst te zijn. Waar komt dat gevoel toch vandaan?
Getuigenissen
In een getuigenis van een geadopteerde zoon met een verzwegen vader staat het volgende te lezen. “Als ik geboren ben buiten de context van het maatschappelijk aanvaarde…., dan mag ik er niet zijn of had er ik er niet behoren te zijn. En als ik er niet mag zijn, dan wil ik er ook niet zijn. Voor mij is er immers geen tijd. In de kern ben ik bang om afgewezen te worden. Je bent op je hoede… je weet beter…. je bent niet zeker van jouw bijzondere plek. En daarmee neemt de schaamte toe: er niet mogen zijn. Als je je niet meer met het leven zelf verbonden voelt, dan is het gemakkelijker die schaamte voorbij te gaan. Later is mij die schaamte ontvallen. De kern daarvan is afgewezen te worden. Nu ben ik de schaamte voorbij. Maar de vraag blijft: wie ben ik en waarom ben ik er.”
Een andere zoon zegt: “Ik voel me kwetsbaar en eenzaam en ook afgewezen. In het diepe gegooid, zonder bescherming. En geschokt omdat mijn opvoedvader tegen derden mijn bestaan ontkent. En het is ook hard aangekomen dat bij de ontmoeting met mijn biologische vader diens vriendin vraagt wie ik ben. Het geeft me het gevoel dat mijn bestaan ontkend wordt, dat ik een onecht kind ben.
Een vrouw, ook dochter van een verzwegen vader, brengt het ongewenst zijn pregnant naar voren. “Dat ik een adoptiekind ben, is het pijnpunt van mijn leven. Waarom ben ik een adoptiekind? Ik ben gaan zoeken maar dat heeft me nooit de erkenning gegeven die ik zoek. En dat verhaal, dat mijn moeder verkracht zou zijn, klopt ook niet. Zij heeft mij veel onrecht aangedaan en ik heb me bij haar nooit thuis gevoeld. Ik was daarover woedend en verdrietig. En toch voelde ik ook mededogen. Uit angst om nog meer afgewezen te worden.”
Een andere vrouw met een verzwegen vader vertelt dat zij “nog de grootste moeite heeft met het buitengesloten zijn. Dat komt voort uit het geheim. Wat me dwars zit is dat ik het altijd heb geweten, gevoeld heb. Dat ik een geheim was en dat dit nog steeds zo voelt. Er hangen al jaren foto’s van alle kinderen in de hal van het ouderlijk huis. Mijn foto ontbreekt Mijn moeder is in het gezin van mijn juridische vader voorgesteld als een weduwe met kind, want een vrouw met een bastaard, dat kon niet in die kringen en in die tijd.
Deze getuigenissen tonen meer dan het gevoel dat Simon van meet af aan gehad heeft, namelijk het gevoel niet thuis te zijn, ongewenst te zijn. In bovenstaande getuigenissen lijken ouders – zowel biologische als opvoedouders – meer of minder expliciet uiting te geven aan dat ongewenst zijn. In ieder geval geven zij signalen af. Signalen die kennelijk beangstigend zijn. Niet zeker te zijn van je eigen positie, bang te zijn afgewezen te worden. Waarom wordt er geheimzinnig gedaan en toch ook weer niet? Waarom ontken je het bestaan van een zoon, die je wel opvoedt? Waarom hang je de foto van dat ene kind ook niet gewoon op?
Het geheim
In het boek Het geheim van Anna Enquist, wordt het verhaal verteld van Wanda. Gaandeweg wordt duidelijk dat zij feitelijk de dochter is van haar moeder en een Joodse violist. Haar moeder is getrouwd met een raadsheer. Haar familie vindt dat een passender partner dan een violist. Wanda zal later ook van hem vioolles krijgen. Na haar eerste les moet Wanda ’s nachts heel erg huilen, omdat de violist verdrietig naar haar moeder heeft gekeken. Als hij gedurende de Tweede Wereldoorlog dreigt te worden opgepakt, probeert de moeder van Wanda hem te laten onderduiken. In dit kader moet Wanda een briefje meenemen als ze naar vioolles gaat. Ze is echter te laat en ziet dat hij wordt afgevoerd. Pas tegen de bevrijding hoort Wanda wat er met Joden gebeurd is tijdens de oorlog en dus ook met haar vioolleraar. Dat hebben haar ouders al die tijd voor haar verzwegen. Na Wanda wordt er nog een broertje geboren. Hij is het kind van het echtpaar. Hij heeft een ernstige verstandelijke beperking. De vader blijkt gek te zijn op deze zoon, terwijl de moeder er niet tegen kan. Wanda ziet kans haar broertje rustig te krijgen door haar vioolspel, maar dat mag ze niet van haar vader. Haar moeder zoekt haar zoon ook niet meer op als hij wordt opgenomen in een inrichting. Op zijn sterfbed wil haar vader Wanda er niet bij hebben en zij weet ook niet dat hij afspraken heeft gemaakt omtrent euthanasie. Wanda zegt dan tegen haar moeder: “Pappa kon niet tegen mij, hij wilde nooit dat ik er was.” Een van haar tantes zal haar later uitleggen dat “Je werd gewoon geboren en niemand zei iets. Dat was het eenvoudigste. En… dochters deden toen wat ouders zeiden. De vioolleraar was artiest en de raadsheer gaf meer zekerheid en status.” Zo te zien een zakelijke benadering, waaraan het gevoel ondergeschikt is gemaakt. Maar de vraag is waarom ouders het zakelijk belang hoger achten dan het gevoel van hun dochter. Waarom hebben ze gedacht dat de raadsheer goed zou zijn voor Wanda, terwijl hij van meet af aan heeft geweten dat zij de dochter van een ander is? Waarom is hij met de moeder van Wanda getrouwd, terwijl hij niet in staat is geweest een vader voor haar te zijn?
Vergelijkbare vragen zijn te stellen bij een getuigenis van de dochter van een Joodse man en haar moeder. Zij is tijdens de Tweede Wereldoorlog geboren en gaat vanaf haar geboorte van onderduikadres naar onderduikadres. Vervolgens wordt zij in een internaat ondergebracht. Zij vertelt daarover: “ Op weg naar het internaat zaten mijn zussen ieder aan een kant van mijn vader. Ik zat aan de buitenkant. Aangekomen moest ik meteen naar boven, zonder afscheid te nemen. Het was donker buiten en voor de ramen zaten tralies. Ik voelde me eenzaam en verlaten. Ik ben op dat internaat vaak gestraft, terwijl ik in mijn beleving heel zoet was. Door de pastoor ben ik eens – geheel ontbloot – afgeranseld. Maar het ergste vond ik nog het gevoel dat ik er niet toe deed. Altijd heb ik gevoeld dat ik anders ben dan mijn zussen en broer. Mijn zussen hebben mij altijd als een buitenbeentje beschouwd. Zeiden ze ‘daar heb je haar weer’. Zij wilden met mij ook niet praten over mijn verzwegen vader. Iedereen wist ervan, behalve ik. Mijn opvoedvader vertelde me dat hij mij nooit de naam zou hebben gegeven die ik heb. En hij betastte mij als we in het weekend alleen thuis waren. En dat wilden mijn zussen dan weer niet geloven. Ik had niet het idee dat iemand van mij zou kunnen houden, Ik doe er immers niet toe. Ik voelde me zo vernederd. Hoe zou ik ooit moeder kunnen worden. Het heeft mij heel veel pijn gebracht. Ik had ’s nachts soms zoveel hoofdpijn en buikpijn dat ik er slecht van sliep. En als ik aan die tijd terugdenk, krijg ik weer die pijn.”
Waarom gebeurt dit met een kind? Waarom geef je een kind het gevoel er niet toe te doen, waarom verneder je een kind, waarom misbruik je het, terwijl je het wel in je huis opneemt?
De naam van de vader
In haar boek De naam van de vader vertelt Nelleke Noordervliet het verhaal van de dochter van een Duitse militair, die in de Tweede Wereldoorlog in Nederland gelegerd is geweest. Deze dochter verwoordt het als volgt. “Mijn broertje verwoestte mijn enige zekerheid. Later begreep ik dat ik uitgesloten was, verslagen. Ik moest iedere hoop laten varen. Ik kon geen beroep doen op oude liefde. Andere kinderen hadden een veilige plaats. Ik ben in die Welt geworfen. Ik werd altijd ‘het kind’ genoemd. Behalve door oom Bert. Hij noemde mij AU-gusta. Inmiddels ben ik volwassen geworden maar nog steeds de schuwe, mishandelde, woedende en eenzame Augusta, balling uit het rijk van de liefde. Mijn eenzaamheid en angst waren ondraaglijk, temeer omdat er geen belofte van ontsnapping en geen hoop op vergeten was. Die eenzaamheid schreef ik op het conto van mijn afwezige vader, zoals ook het ontbreken van banden. En dan ineens is er dat raadsel. Ik zie langzaam mijn lichaam ontstaan in de bewasemde spiegel. Ik kan niet denken, praten, betekenis geven. Ik hing in het heelal. Er was geen weg terug. Mijn moeder vertelde dat mijn vader uit Weimar kwam. Verder niets. Ik vroeg ook niets. Ik schaamde me en wilde dat ook. Verbannen door mijn vader en mijn stiefvader. Mijn dagen bestonden uit het vermijden van fouten en het verzamelen van schuld. Uit lichter en zwaarder worden tegelijkertijd. Ik wilde horen dat ik schuldig was, omdat ik schuldig was, maar ze stonden het mij niet toe. Mijn schuld die niemand kende: een slechte vader brengt een slechte dochter voort. Ik verlangde naar liefde en erkenning maar mijn leven stond in het teken van isolement.” Maar waarom is een Duitse militair per definitie een slechte vader? En waarom ben je een slechte dochter als je vader slecht is? Waarom heeft een kind geen recht op veiligheid en waarom mag het geen beroep op oude liefde doen?
Wie geschoren wordt moet stil zitten
In de studie van Monika Diederichs, onder de titel Wie geschoren wordt moet stil zitten, valt te lezen dat in oorlogstijd mannen geneigd zijn mens en functie gelijk te stellen en vrouwen niet. Daarmee is een militair in oorlogstijd per definitie slecht. Vanuit die optiek wordt een vrouw, die een relatie aangaat met zo’n militair, natuurlijk ook als slecht gezien. Maar als vrouwen mens en functie scheiden, kunnen zij een aantrekkelijke, lieve man zien zonder zich te bekommeren over zijn functie. Zo kan het ook gebeuren dat vrouwen eerst een relatie hebben met een bezetter en vervolgens met een bevrijder. Aan de reacties van mannen daarentegen valt op te maken dat er meer speelt dan alleen het ongewenste contact met een vijand. Het lijkt er welhaast op dat mannen zich persoonlijk en ook nog eens dubbel vernederd voelen. Niet alleen kiest een vrouw voor een ander dan hem, maar zij kiest ook nog eens voor macht en een uniform. Diederichs maakt zelfs gewag van vrouwelijke seksualiteit als nationaal eigendom. Maar waarom maken mannen geen onderscheid tussen mens en functie en waarom vrouwen wel. En waarom erotiseren macht, een uniform en geld? Kan seksualiteit nationaal eigendom zijn? Welk doel wordt daarmee gediend?
Wisselwerking
Als vrouwen, die een relatie hebben met een bezetter, negatief worden bejegend, zullen de kinderen die uit een dergelijke relatie voortkomen, ook niet met open armen worden ontvangen. Diederichs geeft daar voorbeelden van. Boven de bedjes van de pasgeboren kinderen van Duitse militairen hingen destijds bordjes met de opdracht na de verzorging van het kindje de handen extra te wassen. Verreweg de meeste kinderen werden trouwens achtergelaten. Bovendien liepen zij ook de kans statenloos te worden. Geen voorspoedige start van een leven.
Een dochter van een Duitse soldaat zegt het als volgt: “Niet de klappen van mijn opvoedvader doen zeer maar die verscheurende, machteloze liefde voor mijn moeder en het van haar afgesneden zijn.” Op straat krijgt deze dochter te horen dat zij een kind van een moffenhoer is. Ze heeft geen idee wat het betekent, maar dat wordt wel duidelijk als zij haar moeder op enig moment moffenhoer noemt. Wat ze wel begrijpt is dat ‘dochter van een moffenhoer zijn’ haar uitsluit. Genegeerd worden. Beantwoorden aan het doel van haar moeder: onzichtbaar zijn en niet bestaan. Als iemand haar vraagt wie haar vader is, zegt zij: “Met precisie stak hij toe.” Haar opvoedvader heeft haar niet willen echten.
Een zoon van een ‘moffenmeid’ zegt het zo: “ Ik groeide op zonder vader, omringd door een alles overheersend, onbegrijpelijk (ongrijpbaar) geheim. Vanaf mijn zesde jaar begon ik te voelen dat mijn bestaan direct verbonden was met een groot en onbespreekbaar geheim. Ongehuwd zwanger zijn en dan ook nog van een Duitser. Kind van de vijand. Mijn moeder is door een hel gegaan. Bij haar ouders was ze jaren niet welkom.” Maar waarom moet een kind boeten voor het feit dat de vader voor vijand, voor slecht wordt aangezien? Waarom reageren mensen zo meedogenloos op moeder en kind? Waarom hebben toch zoveel mensen de behoefte een kind halve waarheden te verkopen? En waarom trouwt een man met een vrouw om haar en haar kind te laten boeten?
De verzwegen moeder
Wat het betekent als je ineens verteld wordt dat niet je ouders je ouders zijn maar je zus je moeder is en een Canadese bevrijder je vader weet ‘Ze’. Zij heeft haar levensverhaal verteld aan de auteur Tony van der Meulen, die het allemaal opschreef onder de titel De verzwegen moeder. Ze wordt in het boek consequent Ze genoemd. Zo wordt ze haar hele leven al genoemd. Alsof ze geen naam waard was. Tot haar 12e jaar is Ze een nakomertje. Maar dan vertelt haar zus dat zij eigenlijk haar moeder is. In een zin en daarna vervalt zij in stilzwijgen en met haar alle andere gezinsleden. Wel zijn er signalen. Op de eerste foto van Ze staat ze er samen op met haar zus cq biologische moeder. Een foto die Ze zelf nooit onder ogen heeft gekregen. Ze ziet dat zij niet in het trouwboekje van haar (groot)ouders staat. “Waar is ze zelf? Ben ik vergeten? En waarom dan? Besta ik soms niet? Als een zus aan Ze vraagt wie haar lievelingszuster is, noemt Ze de naam van de zus die haar moeder is. Haar zus zegt daarop ”het bloed kruipt waar het niet gaan kan.” Ze begrijpt dat alles pas als ze te horen krijgt hoe het zit. Haar moeder is zwanger geraakt van een Canadese bevrijder. Er zijn pogingen gedaan deze bevrijder terug te vinden, maar dat is niet gelukt. Daarop is besloten Ze op te nemen in het ouderlijk gezin van haar moeder en haar door te laten gaan als het nakomertje van haar (groot)ouders. Ze krijgt hierover te horen dat “dat zo lijkt te zijn afgesproken. En jij vroeg er ook nooit iets over. Dat maakte het wel zo gemakkelijk, jij had echt niets in de gaten.” Nadat Ze op haar 12e van haar zus te horen krijgt dat zij eigenlijk haar moeder is, blijken verdere gesprekken hierover niet mogelijk. De afspraak blijft strikt gehandhaafd. Ze wordt de tante van haar halfbroer en de echtgenoot van haar zus/moeder moet niets van haar hebben. Als Ze weer in de schoot van de hele familie terugkeert na een bezoek aan de kinderen van haar Canadese vader, wordt haar niet gevraagd hoe de reis is geweest. Als op het laatst nog één poging wordt ondernomen om Ze door haar moeder te laten erkennen, komt het hoge woord eruit: “Mijn man wil niets van jou als mijn kind weten. En je bent ook mijn kind al niet meer. Je bent het kind van Moeke. En we zouden er nooit meer over praten. De foto van je vader heb ik versnipperd en ook die van mij en jou als baby. Want ik dacht: ik kan niet trouwen en naar die foto’s blijven kijken.” Maar hoe kun je een geheim, dat een heel gezin kent, zolang volhouden? Hoe kun je ermee doorgaan, als de waarheid bekend is? Waarom trouw je met een man, die niets van je eerste kind wil weten?
Getuigenis
Een laatste voorbeeld is een jongen, die op enig moment geconfronteerd wordt met het feit dat zijn ouders niet zijn ouders zijn, maar zijn grootouders. Hij blijkt het kind van een broer en een zus van hem. Om een en ander voor de buitenwereld te verhullen heeft de beste vriend van zijn broer destijds de verantwoordelijkheid voor de zwangerschap op zich genomen en het kind groeit op bij zijn grootouders. Tot hij de waarheid onder ogen krijgt. Hij komt voor het eerst op bezoek bij zijn broer, die zijn vader is. Een emotioneel moment. Zijn vader echter voegt hem toe “zich niet aan te stellen”. De zoon krijgt een rood waas voor ogen en valt zijn biologische vader aan. “Mijn (opvoed)ouders schaamden zich hierover diep, ook dat nog.” Maar waarom willen zijn opvoedouders geen begrip hebben voor zijn emoties?
Verwantschapsvragen
Zoals gezegd, uiteenlopende verwantschapsvragen, uiteenlopende omstandigheden. Een fenomeen dat verschillende facetten kent. Een fenomeen ook dat veel vragen oproept. Dat is op zich niet verwonderlijk, want er is lang vooral over gezwegen. Maar nu lijkt de tijd aangebroken om ons over al die vragen te buigen. Vragen waarom sommige verwanten het moeilijk hebben en anderen in het geheel niet. Vragen waarom er een taboe rust op verwantschapsvragen. Vragen waarom er geheimzinnig wordt gedaan maar tegelijkertijd toch signalen worden afgegeven. Vragen over hoe te leven met een taboe.
Monique Aalberts, maart 2011
Copyright © 2009 www.verwantschapsvragen.nl | Alle rechten voorbehouden. (zie disclaimer) | Techniek: Sync. Creatieve Producties